De Ondergrondse Staat

In alle bezette landen van Europa bestonden verzetsbewegingen, maar alleen in Polen bestond er een geheime staat, met een leger, ministeries, parlement, politie en zelfs sociale bijstand.

Hoewel de ondergrondse staat theoretisch een filiaal was van de regering in ballingschap, was het in het bezette Polen, en niet in Parijs of Londen, waar over de toekomst van Polen werd beslist. Hier nam de leiding van de ondergrondse staat alle belangrijke beslissingen, zowel met betrekking tot de gewapende strijd tegen de bezetter als met betrekking tot de houding van de bevolking. Vanaf het begin van de bezetting hield de zgn. Vertegenwoordiging van de regering in ballingschap (Delegatura Rządu na Kraj, eerst geleid door Cyryl Ratajski en vervolgens door Jan Piekałkiewicz i Jan Stanisław Jankowski) zich bezig met de bouw van de civiele structuren van de ondergrondse staat. Het dagelijkse werk van de Delegatura concentreerde zich in 15 departementen. Tot de belangrijkste departementen behoorden: Binnenlandse Zaken, die toezicht hield op de vertegenwoordigingen op district en lokaal niveau, het toekomstige bestuur voorbereidend, ook voor gebieden die in de planning lagen om door Duitsland afgestaan te worden (Silezië-Opole, Pommeren of Oost-Pruisen); Informatie en Pers, die samen met het Bureau Informatie en Propaganda van het opperbevel van de Bond voor Gewapende Strijd (Związek Walki Zbrojnej, ZWZ), en daarna van het Binnenlandse Leger (Armia Krajowa, AK), een enorm “informatieconcern” creëerde (de door hen uitgegeven illegale kranten en boeken hadden een grote invloed op de houding van de bevolking); Werk en Sociale Bijstand, die zorg droeg voor politieke gevangenen, kunstenaars en wetenschappers die hun werk niet meer mochten doen. Een enorme rol speelde de Delegatura in het redden van Joden (zie De houding van Polen…). Het departement Onderwijs en Cultuur lukte het om een geheim onderwijssysteem op te zetten, dat in 1944 ongeveer 100 000 leerlingen en studenten telde. De missie van de medewerkers van dat departement was ook het in veiligheid brengen van kunstschatten, voordat ze geroofd of vernietigd konden worden. Direct ressorterend onder de Delegatura was de Dienst Civiele Strijd, met een geheim rechtssysteem dat toezicht hield op de bevolking en haar houding jegens de bezetter.

Schema van de organisatiestructuur van de Ondergrondse Poolse Staat. Bron: publiek domein
Schema van de organisatiestructuur van de Ondergrondse Poolse Staat. Bron: publiek domein
of http://www.prezydent.pl/archiwum/archiwum-strony-lecha-kaczynskiego/ppp/do-pobrania/

Begin 1944, als reactie op de oprichting van de zgn. Nationale Volksraad (Krajowa Rada Narodowa, KRN) door communisten die gelieerd waren met de Sovjet-Unie, creëerde de ondergrondse die gelieerd was aan de rechtmatige regering in ballingschap, de Raad voor Nationale Eenheid (Rada Jedności Narodowej, RJN), dat aspireerde het “ondergrondse parlement” te zijn. Begin mei 1944 creëerde president Raczkiewicz de Nationale Ministerraad (Krajowa Rada Ministrów), bestaande uit het integrale deel van de regering in ballingschap in Londen, en gedelegeerde Jankowski werd vicepremier. Tegelijkertijd was de formatie van de Ondergrondse Staat voltooid, klaar om de haar toebehorende rechtmatige regeringsmacht te aanvaarden. Dit was haar echter niet gegeven (zie Actie “Burza”). Op 1 juli 1945, na het in het leven roepen van de Voorlopige Regering van Nationale Eenheid (Tymczasowy Rząd Jedności Narodowej, TRJN) – met Stanisław Mikołajczyk als vicepremier – en de verwachte intrekking door de Westerse mogendheden van de erkenning van de regering in ballingschap, werd de RJN ontbonden. Haar laatste akte was “de Oproep van de Raad voor Nationale Eenheid aan het Poolse volk en de geallieerde volkeren”, waarvan het laatste deel het Testament van Strijdend Polen bevatte, waarin een Polen dat onafhankelijk, rechtvaardig en vrij van externe invloeden werd geëist. Dit testament kon pas na bijna een halve eeuw, in 1989, gerealiseerd worden.