De weg naar de oorlog

Maarschalk Ferdinand Foch had een bijzonder voorgevoel toen hij bij het ondertekenen van het Verdrag van Versailles in 1919 zei dat “dit geen vrede was maar een wapenstilstand voor twintig jaar”.

Polen bevond zich in een moeilijke positie, gelegen tussen twee grootmachten waarmee ze in conflict lag. Józef Piłsudski probeerde een politiek te voeren van “gelijke” voet tot beide buren: in 1932 ondertekende hij een non-agressie pact met de Sovjet-Unie en in 1934 één met de Duitsers. Maar zowel voor Moskou als voor Berlijn was dit alleen een dekmantel.

Na de Anschluss van Oostenrijk in maart 1938 en de post-München opdeling van Tsjecho-Slowakije een half jaar nadien was de tijd rijp voor Adolf Hitler om het “Poolse probleem” op te lossen. In deze fase ging het hem nog niet om de Tweede Poolse Republiek van de kaart te vegen, maar om haar in de rol van een onderdanige vazal te dwingen. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joachim von Ribbentrop, presenteerde in oktober 1938 zijn visie op de relaties met Polen. Dit hield onder andere de annexering van Gdańsk en een extraterritoriale verbinding door Polen in. Deze eis werd opnieuw en met een scherpere toon gesteld begin 1939, maar door de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, Józef Beck, categorisch afgewezen.

De Poolse minister van Buitenlandse Zaken Józef Beck tijdens een toespraak in het Poolse parlement op 5 mei 1939 die werd uitgezonden op de radio. Zijn redevoering was een stevig antwoord op het opzeggen door Duitsland van het niet-aanvalspact uit 1934. Foto: Nationaal Digitaal Archief
De Poolse minister van Buitenlandse Zaken Józef Beck tijdens een toespraak in het Poolse parlement op 5 mei 1939 die werd uitgezonden op de radio. Zijn redevoering was een stevig antwoord op het opzeggen door Duitsland van het niet-aanvalspact uit 1934. Foto: Nationaal Digitaal Archief

Hitler, geloofde niet meer in een verzwakking van de oostelijke buur zonder gebruik van militaire macht. Hij ondertekende reeds op 3 april het aanvalsplan op Polen (Fall Weiss) en tijdens zijn toespraak op 28 april in de Reichstag zegde hij het niet-aanvalsverdrag van 1934 op. Het antwoord van de Poolse zijde was de toespraak van minister Beck op 5 mei in de Sejm. Hij verkondigde wat het overgrote deel van de inwoners van de Tweede Poolse Republiek wilde horen: “Vrede is een waardevolle en gewenste zaak. […] Maar vrede, net zoals bijna alle andere zaken in deze wereld, heeft een prijs. Er is maar één zaak in het leven van mensen, volkeren en staten, dat van onschatbare waarde is. Die zaak is eer.”

Hitler had echter al besloten om een oorlog te beginnen, zeker toen op 23 augustus 1939 in Moskou het Sovjet-Duits niet-aanvalsverdrag (het zgn. Molotow-Ribbentrop pact) werd ondertekend. Dit verdrag bevatte namelijk een geheime clausule met de toekomstige invloedssferen, waaronder de opdeling van de Republiek. Het tijdstip van de aanval werd vastgesteld op de ochtend van 26 augustus. Het op 25 augustus ondertekende verdrag met Groot-Brittannië, dat voorzag in onmiddellijke hulp voor Polen in het geval dat Polen werd aangevallen, betekende dat de aanvalsdatum enige dagen uitgesteld werd.

Een annex van het niet-aanvalspact tussen Duitsland en de Sovjet-Unie van 23 augustus 1939 (ondertekend door beide ministers van Buitenlandse Zaken, Joachim von Ribbentrop en Vjatsjeslav Molotov). Deze annex stippelde de scheidingslijn uit van het Poolse gebied tussen beide landen. Op het document zijn de handtekeningen van Jozef Stalin en minister von Ribbentrop zichtbaar. Bron: publiek domein
Een annex van het niet-aanvalspact tussen Duitsland en de Sovjet-Unie van 23 augustus 1939 (ondertekend door beide ministers van Buitenlandse Zaken, Joachim von Ribbentrop en Vjatsjeslav Molotov). Deze annex stippelde de scheidingslijn uit van het Poolse gebied tussen beide landen. Op het document zijn de handtekeningen van Jozef Stalin en minister von Ribbentrop zichtbaar. Bron: publiek domein of http://www.1939.pl/przed-wybuchem-wojny/pakt-ribbentrop-molotov/index.html