Terreur. Uitroeiing van de elite door de twee bezetters

n Polen overleefde ongeveer 40% van de hoger opleidde mensen de oorlog niet. Dat percentage is bijna twee keer zo hoog als het totale percentage van de bevolking die de oorlog niet heeft overleefd. Dit was het effect van doelbewust beleid van beide bezetters, vooral van de Duitse bezetter.

Het was voor Hitler duidelijk dat voor een effectieve controle over de Poolse bevolking en germanisering van het Poolse grondgebied het verwijderen van de bovenklasse een voorwaarde was. In het voorjaar van 1939 werd begonnen met de voorbereidingen voor dit beleid, met het opstellen van lijsten met mensen die aangewezen waren voor eliminatie: intellectuelen, ambtenaren, geestelijken, ondernemers, politieke en sociale activisten. De fysieke liquidatie van de Poolse bovenklasse begon in het kader van de zgn. Intelligenzaktion al tijdens de Septembercampagne en ging door tot praktisch het einde van de bezetting. Aan het begin van de oorlog was dit een missie voor speciale Duitse eenheden (Einsatzgruppen) die zich in de achterhoede van de oprukkende legers bevonden en die zich bezig hielden met het overnemen van publieke instanties, industrieën, kunst en vooral – het vinden, aanhouden en vermoorden van mensen. Tot eind 1939 waren er in de gebieden toegevoegd aan het Derde Rijk meer dan 40 000 mensen omgebracht, waarvan ongeveer 30 000 in Pommeren. Tienduizenden mensen werden naar de concentratiekampen in Oranienburg, Mauthausen of Dachau gestuurd, hetgeen meestal een uitgesteld doodvonnis betekende.

Bydgoszcz, oktober 1939. Een Poolse priester en burgers als gijzelaars in Bydgoszcz. Priester Kazimierz Stepczyński werd enkele dagen later vermoord. Foto: FoKa, FORUM
Bydgoszcz, oktober 1939. Een Poolse priester en burgers als gijzelaars in Bydgoszcz. Priester Kazimierz Stepczyński werd enkele dagen later vermoord. Foto: FoKa, FORUM

Als resultaat van de terreur en deportaties was in 1940 al bijna de hele Poolse intelligentsia verdwenen in de door het Derde Rijk geannexeerde Poolse gebieden. Hoewel de bezetter in het zgn. Generaal-Gouvernement slechter voorbereid was op het uitschakelen van de elite werden er tot eind 1939 ongeveer 5 000 vertegenwoordigers van de elite omgebracht. De beruchtste actie was de op 6 november 1939 uitgevoerde Sonderaktion Krakau, de aanhouding van 183 hoogleraren van de Jagiellonische Universiteit van Krakau en de Mijnbouw Academie (AGH) in Krakau, die vervolgens naar concentratiekamp Sachsenhausen werden gestuurd Het brutale treffen met de Poolse elite begon in het Generaal-Gouvernement in het kader van de zgn. Actie “AB” (mei-juli 1940), toen er (onder andere in Palmiry vlak bij Warschau) ongeveer 3 500 mensen werden vermoord, waaronder olympiër Janusz Kusociński en politicus Maciej Rataj. De aangehouden personen tijdens de Actie “AB” waren ook de eerste gevangenen van concentratiekamp Auschwitz. De volgende fase in de repressie begon na de aanval op de Sovjet-Unie en de inname van de oostelijke gebieden van de Republiek, waar de elite al was gedecimeerd door de Sovjet-repressie.

In Palmiry boven Warschau vonden vanaf december 1939 de eerste executies plaats van leden van de Poolse politieke, intellectuele en culturele elite. Tot juli 1941 schoten de Duitsers hier ongeveer 1 700 personen dood. Op de foto: Poolse vrouwen worden door Duitse soldaten voorgeleid om geëxecuteerd te worden. Foto: Departement van het Pools Verzet in Londen / Centrum Karta
In Palmiry boven Warschau vonden vanaf december 1939 de eerste executies plaats van leden van de Poolse politieke, intellectuele en culturele elite. Tot juli 1941 schoten de Duitsers hier ongeveer 1 700 personen dood. Op de foto: Poolse vrouwen worden door Duitse soldaten voorgeleid om geëxecuteerd te worden. Foto: Departement van het Pools Verzet in Londen / Centrum Karta

Leden van de elite, die het vuurpeloton of het kamp bespaard bleven, werden als gevolg van het sluiten van Poolse instanties, wetenschappelijke en culturele instellingen, enz. veroordeeld tot een leven in de marge, in de vergetelheid en verpauperd. Een grote groep kunstenaars, schrijvers en wetenschappers werd op verschillende manieren geholpen of gewoon in het levensonderhoud voorzien door de Ondergrondse Staat.
Hoewel in de gebieden die bezet waren door de Sovjet-Unie de terreur een basis had gebaseerd op klassentegenstellingen en niet op basis van rassen (zoals onder de Duitse bezetting), was gezien de sociale structuur in de oostelijke gebieden van de Tweede Poolse Republiek de repressie vooral gericht op de Polen die onderdeel uitmaakten van de politieke, economische of culture elite in die gebieden. In grote mate werden zij getroffen door deportaties in de jaren 1940-1941 (zie Gedwongen migratie en uitzetting van Polen), en door arrestaties (zeker 150 000 personen, waarvan ongeveer 40 000 zouden overlijden). De volgende golf van repressie, zowel tegen de burgerbevolking, als tegen de soldaten van het verzet, volgde toen het Rode Leger opnieuw de oostelijke gebieden veroverde (vanaf januari 1944).